Als alles voor je werd opgelost en je nu vastloopt

Je voelt spanning maar weet niet waarom. Je lijf doet lastig. Buikpijn, hoofdpijn, een drukkend gevoel op je borst, misselijkheid. Je ademhaling schiet omhoog bij iets kleins. Je hebt soms het gevoel dat je móet vluchten, zonder duidelijke reden. Iemand stelt een simpele vraag, en jij voelt je overspoeld.

Je durft niks fout te doen

Je ervaart innerlijke onrust en bent bang om iets verkeerd te zeggen, bang om iets niet goed te doen. Je stelt uit, of begint er niet eens aan. Je wilt liever onzichtbaar zijn dan door de mand vallen. Je zegt “maakt niet uit” of “ik weet het niet”, terwijl je eigenlijk gewoon niet durft te kiezen.
Je houdt je in. Je bent beleefd, meegaand, past je aan. Maar van binnen borrelt het. Je bent bang voor afwijzing, voor oordelen. Je voelt je snel bekeken of verkeerd begrepen. Je laat het gebeuren, maar voelt je machteloos.
Zelfs kleine keuzes maken je moe. Wat je aan doet. Waar je wilt eten. Of je ergens naartoe wilt of niet. Je blijft hangen in ‘misschien’, wacht op een seintje van buitenaf. Liever geen keuze dan een verkeerde keuze. En dus gebeurt er… niks.
Je wilt het wel zelf doen, maar ergens geloof je niet dat je het kunt. Je bent sneller overprikkeld dan anderen, trekt je terug, sluit je af. En ondertussen vraag je je af: wat is er mis met mij?

Misschien is er niets mis maar heb je iets gemist

Als je opgroeide met ouders die alles voor je oplosten, ook wel curlingouders genoemd, had je weinig oefening in omgaan met ongemak. Geen oefening in doorzetten, in falen, in ergens zélf uitkomen. Ze bedoelden het goed. Ze wilden je beschermen en uit liefde elk obstakel uit de weg ruimen. Maar ze haalden ook iets bij je weg, namelijk de kans om te leren dat jij iets aankunt. Je leerde ongemak te vermijden, niet te verdragen.
Als je huilde, werd je getroost met iets lekkers. Als iets te moeilijk werd, mocht je ermee stoppen. Als je stress had, werd het opgelost vóór het te veel werd. Alles werd gladgestreken. Liefdevol. Maar niet helpend op de lange termijn.

Je hebt nooit hoeven vallen, en dus nooit geleerd hoe je opstaat

Je systeem kent geen ervaring van ‘dit voelt rot, maar ik overleef het.’ Dus nu voelt elke vorm van spanning onveilig. Je lijf trekt samen. Je hoofd wordt onrustig. En jij denkt alleen maar, dit moet stoppen. Nu. Maar….
Je bent niet zwak. Je mist ervaring!
Je bént niet labiel, overgevoelig of moeilijk. Je hebt alleen nooit geleerd wat anderen wel mochten oefenen, namelijk omgaan met ongemak. Spanning dragen. Zelf kiezen. Fouten maken. En weer doorgaan. Veerkracht ontwikkelen.

Wat hypnotherapie kan doen

Met hypnotherapie kun je onderzoeken waar jouw reactiepatronen ontstaan zijn en wat je toen nodig had maar niet kreeg. Je hoeft niet terug naar elk detail, maar je onderbewuste weet precies waar het vastzit. Tijdens een behandeling leer je die oude overtuigingen los te laten en te vervangen door iets dat jou wél helpt. Je leert om spanning te verdragen zonder ervoor weg te lopen. Je lijf hoeft niet meer in de kramp, je hoofd niet meer op volle toeren. Je krijgt weer grip op jezelf, van binnenuit. En je voelt: ik kan kiezen, ik mag falen en ik red me wel.

Als alles voor je werd opgelost en je nu vastloopt

{acpt_attachment_hoofdtekst-en-foto_inleiding}

{acpt_page_hoofdtekst-en-foto_hoofdtekst}